65. EEN VERPESTTE DAG?

Mei 2018

Vorig jaar kwam ik deze woorden tot twee keer toe in hetzelfde stukje in de krant tegen.
Als ik zeg: “Hij verpestte mijn dag”, moet ik dat inderdaad met twee t’s schrijven, maar als ik zeg dat ik daardoor een verpeste dag had, is er maar één t. Later las ik: “Hij verrastte zijn collega’s”, en ook dat is een t te veel. Nu kan ik best gaan uitleggen hoe dit grammaticaal in elkaar zit, maar daar zit niemand op te wachten. Het is leuk als de lezer iets van mijn stukjes opsteekt, maar daar hoort geen gortdroge ttheorie bij.
Toch gaat het om een fout die regelmatig voorkomt. In het Groot Gelders Dictee dat in maart 2011 in Arnhem werd gehouden, werd gedicteerd: “De bewindsman miste elan”. Zo stond het ook in de correcte tekst die de deelnemers na afloop kregen. In een toelichting daarbij stond dat “miste”” hier de verleden tijd was van “missen”, en dus terecht in de tekst met een enkele t was geschreven. Voor de deelnemers die “mistte” hadden geschreven – en dat waren er nog heel wat! – was dat dus een nuttige uitleg.
Ik heb er iets op gevonden. Ik stel twee vragen en geeft daarop twee antwoorden, waarmee het probleem bijna altijd is op te lossen:
1. Verleden tijd? Stam plus –de of –te: ik speel-de, leid-de, mis-te, verpest–te, verras-te.
2. Bijvoeglijk naamwoord? Voltooide tijd, plus –e: de gespeeld-e wedstrijd, het geleid-e projectiel, de gemist-e kans, de verpest-e dag, de verrast-e jarige. Maar let op: als plus –e tot een andere uitspraak zou leiden, zoals de beklad-e muur, de gezet-e koffie, wordt het, net als bij 1., plus –de of –te.
En dat er bij een gewonnen wedstrijd, een gebakken ei en een gescheurd zeil geen –e te pas komt, is iedereen wel duidelijk.
 
Frans Lisman
(franslisman@gmail.com)

Antrekoo en kipfilee

Antrekoo en kipfilee

Antrekoo en kipfilee is te bestellen bij boekhandel Jansen & de Feijter in Velp,
tel. 026 – 3628959, voor
€ 12,50 excl. verzendkosten, of € 10,- voor een e-reader.